|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Bericht
Afvissen Binnenmaas, OVB
Hieronder
vindt u een persbericht over de afvissing van de
Binnenmaas.
Bron:
brief leden werkgroep afvissen Binnenmaas
|
 |
April
2005
Met deze brief willen wij u informeren
over het afvissen van de Binnenbedijkte Maas. Vlak
voor Pasen hebben wij, in overleg met Bureau Waardenburg,
besloten het afvissen voorlopig stop te zetten.
Dit ondanks dat er nog geen 17.000 kg vis verwijderd
is.
Er zijn een aantal redenen om het afvissen te stoppen.
Hoeveel Brasem zit er nu eigenlijk?
Er is twijfel over de daadwerkelijke omvang van
het Brasembestand. Volgens het Aquaterra-rapport
zou er 30.000 kg Brasem zitten. Daarvan is inderdaad
een deel aangetroffen, vooral achterin de Boezemvliet
in Puttershoek. Waar de rest zit, is niet bekend.
Aanvankelijk zou 8.000 kg Brasem verwijderd worden.
Volgens een eerste schatting is de afgelopen weken
5.500 kg Brasem verwijderd. Omdat de afspraak was
dat we niet meer dan 30 % van de Brasem zouden verwijderen,
is gestopt met het vangen en verwijderen van Brasem.
Onderzoek in het najaar zal uit moeten wijzen wat
de werkelijke omvang van het Brasembestand is.
Moeilijk vangbare kleine vis
Geconstateerd is dat er veel kleine vis zit. Tijdens
het afvissen zijn ook veel kleine visjes gevangen,
maar het totale gewicht is beperkt: ongeveer 2.000
kg. Het gaat voornamelijk om Blankvoorn, Baars en
in mindere mate Brasem. In totaal zou 8.800 kg verwijderd
moeten worden.
De verwachting was dat kleine vis vooral in de oevers,
haventjes en slootjes zou zitten. Dit is maar in
beperkte mate het geval geweest. Alleen achterin
de Boezemvliet is veel kleine vis aangetroffen.
Waarschijnlijk zit er veel meer vis op het open
water. Met het ingezette vangtuig is deze vis echter
niet te vangen. Zo wordt Pos veel in aalfuiken van
beroepsvisser Aart van der Waal aangetroffen, maar
dit bodemvisje is, evenals andere kleine vis, met
zegens niet of nauwelijks te vangen. Volgens het
Aquaterra-rapport bestaat éénderde
van het bestand aan kleine vis uit Pos.
Om de resterende kleine vis te vangen zou een zeer
grote vangstinspanning geleverd moeten worden met
een niet te voorspellen resultaat. Enerzijds ontbreekt
de tijd daarvoor, anderzijds is het zonde van het
geld. Het is zinvoller om in het najaar verder af
te vissen.
Beperken van de overlast
Een bijkomende reden om te stoppen is dat de kleine
vis (voornamelijk Blankvoorn) die wel gemakkelijk
te vangen is, achterin de Boezemvliet zit. Daar
is reeds 3 dagen een grote vangstinspanning gepleegd.
Hier langer doorvissen, zal door omwonenden en vissers
waarschijnlijk niet gewaardeerd worden.
Bovendien is de paaitijd van veel vissoorten gestart,
waardoor verder vissen om ethische redenen onverstandig
is.
Hoe nu verder?
Bureau Waardenburg gaat alle exacte vangstcijfers
op een rijtje zetten en zal een eerste opzet voor
de rapportage maken. Ook zal, voor zover mogelijk,
een eerste interpretatie plaatsvinden zodat een
beeld van de visstand gevormd kan worden.
Wat betreft het afvissen hecht waterschap Hollandse
Delta er aan dat in ieder geval de stand aan kleine
vis voldoende uitgedund wordt. Ook Bureau Waardenburg
wil de opdracht op een goede manier afronden. Ons
voorstel is dan ook om in het najaar verder te gaan
met het afvissen. Dit zou gecombineerd kunnen worden
met het geplande visstandonderzoek.
Maar voordat daartoe besloten wordt, lijkt het ons
goed om met u de ervaringen en de eerste opzet van
de rapportage te bespreken. In dat overleg kunnen
we bekijken hoe we verder gaan. Zodra een eerste
rapportage gereed is zullen wij het initiatief nemen
om een vergadering te beleggen.
Met vriendelijke groet,
Dhr. C.I. Stoutjedijk
Hoofd afdeling Planvorming |
|
|
|
|
|
|